Aanrijding
Een botsing waarbij je motor betrokken is, met een ander voertuig, een persoon, een dier of een object. Bij een aanrijding vul je samen met de andere partij het Europees schadeformulier in. Welke schade vergoed wordt, hangt af van wie de schuld heeft en van je dekking.
Aanschafwaarderegeling
Een regeling voor gebruikte motoren. Bij total loss of diefstal krijg je de prijs vergoed die je voor de motor hebt betaald, in plaats van de lagere dagwaarde. Deze regeling geldt meestal alleen in de eerste jaren na aankoop.
Aansprakelijkheid
Je bent aansprakelijk als je wettelijk moet opdraaien voor schade die je bij een ander veroorzaakt. Met je motor gaat het dan om schade aan andere voertuigen, spullen of personen. De WA-verzekering dekt deze schade.
Acceptatievoorwaarden
De eisen die een verzekeraar stelt voordat je een motorverzekering kunt afsluiten. Denk aan een minimumleeftijd, het type motor, het vermogen en je schadeverleden. Voldoe je daar niet aan, dan kan de verzekeraar je weigeren of een hogere premie vragen.
Accessoiredekking
Dekking voor onderdelen en toevoegingen die niet standaard op je motor zitten, zoals koffers, een navigatiesysteem, een ander uitlaatsysteem of een windscherm. Veel polissen vergoeden accessoires tot een maximumbedrag. Voor duurdere aanpassingen moet je vaak extra bijverzekeren.
All risk (volledig casco)
De meest uitgebreide motorverzekering. Je bent verzekerd voor schade aan anderen en voor vrijwel alle schade aan je eigen motor, ook als je die zelf veroorzaakt. Deze dekking is vooral interessant voor nieuwe en dure motoren.
ART-keurmerk
Stichting ART test en keurt sloten voor fietsen en motoren en deelt ze in categorieën in. Voor een motorverzekering met diefstaldekking eisen verzekeraars meestal een slot met minimaal ART-categorie 4. Heb je zo’n slot niet, dan kan de verzekeraar weigeren uit te keren bij diefstal.
Bereddingskosten
Kosten die je maakt om dreigende schade te voorkomen of te beperken. Een voorbeeld is het laten wegslepen van je motor na een ongeluk, zodat er niet meer schade of diefstal ontstaat. De meeste verzekeraars vergoeden deze kosten.
Bestuurder (regelmatige bestuurder)
De persoon die het meest op de motor rijdt. De premie wordt voor een groot deel op deze persoon gebaseerd, zoals zijn leeftijd en schadevrije jaren. Geef je de verkeerde regelmatige bestuurder op, dan kan de verzekeraar weigeren uit te keren.
Bonus-malusladder
Het systeem waarmee verzekeraars je korting bepalen. Elk schadevrij jaar stijg je een trede en krijg je meer korting. Na een schade waarvoor je verzekeraar uitkeert, val je een aantal treden terug en betaal je meer premie.
Casco
De verzekering voor schade aan je eigen motor. Er zijn twee varianten: beperkt casco (WA+) en volledig casco (all risk). Casco is altijd een aanvulling op de verplichte WA-verzekering.
Cataloguswaarde
De officiële nieuwprijs van een motor inclusief btw en bpm, zoals de fabrikant of importeur die opgeeft. Verzekeraars gebruiken de cataloguswaarde onder meer om de premie te berekenen en om te bepalen welke regeling je bij total loss krijgt.
Dagwaarde
De waarde van je motor op het moment dat de schade ontstaat. Die is lager dan de aankoopprijs door afschrijving. Bij total loss of diefstal krijg je zonder nieuwwaarde- of aanschafwaarderegeling alleen de dagwaarde vergoed.
Dekkingsgebied
De landen waarin je motorverzekering geldig is. Meestal zijn dat alle landen die op je groene kaart staan. Ga je op motorvakantie buiten Europa, controleer dan vooraf of je daar verzekerd bent.
Diefstal (en joyriding)
Diefstal van je motor of van onderdelen ervan is gedekt vanaf WA+. Bij joyriding wordt je motor meegenomen om mee te rijden en later achtergelaten, vaak met schade. Veel verzekeraars keren alleen uit als je motor beveiligd was volgens hun eisen.
Duopassagier
De persoon die achter je op de motor meerijdt. Raakt je duopassagier gewond bij een ongeluk dat jij veroorzaakt, dan valt de schade niet onder je WA-verzekering. Daarvoor heb je een schadeverzekering voor opzittenden nodig.
Eigen risico (verplicht en vrijwillig)
Het deel van de schade dat je zelf betaalt. Het verplichte eigen risico legt de verzekeraar op, bijvoorbeeld bij jonge bestuurders. Een vrijwillig eigen risico kies je zelf in ruil voor een lagere premie.
Europees schadeformulier
Een standaardformulier dat je na een aanrijding samen met de andere partij invult. Je legt daarin vast wat er is gebeurd, wie erbij betrokken waren en waar de schade zit. Het formulier wordt in heel Europa gebruikt, en er bestaat ook een digitale versie.
Expert (schade-expert)
Een onafhankelijke deskundige die de verzekeraar inschakelt om de schade te beoordelen. De expert stelt vast hoe groot de schade is, of reparatie zinvol is en of er sprake is van total loss. Ben je het niet eens met de uitkomst, dan kun je een contra-expertise laten doen.
Groene kaart
Het internationale bewijs dat je motor verzekerd is. Sinds 2020 is het document niet meer groen, maar de naam wordt nog steeds gebruikt. In Nederland hoef je het niet bij je te hebben, maar in een aantal landen buiten de EU wel.
Grove schuld
Schade die ontstaat doordat je bewust een groot risico neemt, bijvoorbeeld door onder invloed te rijden of extreem te hard te gaan. Verzekeraars keren bij grove schuld vaak niet uit voor schade aan je eigen motor. Schade van anderen betalen ze wel, maar die kunnen ze daarna bij jou terughalen.
Helm- en kledingdekking
Een aanvullende dekking voor schade aan je helm en motorkleding bij een ongeval. Denk aan een gescheurd motorpak of een helm die je na een val moet vervangen. Het maximumbedrag verschilt per verzekeraar.
Hulpverlening (pechhulp)
Hulp als je met pech of na een ongeval langs de weg staat. Het gaat dan om reparatie ter plekke of om het vervoer van jou, je passagier en je motor. De dekking in Nederland en in het buitenland verschilt per verzekeraar.
Jaarkilometrage
Het aantal kilometers dat je per jaar met je motor rijdt. Veel verzekeraars berekenen je premie mede op basis van het aantal kilometers dat je opgeeft. Rijd je meer dan je hebt opgegeven, dan kan dat gevolgen hebben voor de uitkering.
Jonge bestuurder
Een bestuurder die meestal jonger is dan 24 jaar. Jonge bestuurders hebben statistisch een hoger schaderisico. Daardoor betalen ze vaak een hogere premie en geldt er soms een verplicht eigen risico.
Kentekenschorsing
Via de RDW kun je het kenteken van je motor tijdelijk schorsen, bijvoorbeeld in de winter. Dat kan voor minimaal 30 dagen. Je betaalt dan geen motorrijtuigenbelasting en de WA-verzekering is niet verplicht, maar je mag ook niet op de openbare weg rijden of parkeren.
Klassieke motor (oldtimer)
Een motor van een bepaalde leeftijd, vaak 25 jaar of ouder. Er zijn speciale verzekeringen voor, met een lagere premie en beperkingen, zoals een maximum aantal kilometers per jaar. De verzekerde waarde wordt meestal vastgelegd in een taxatierapport.
Letselschade
Lichamelijk of psychisch letsel en de financiële gevolgen daarvan, zoals medische kosten en inkomensverlies. Veroorzaak je letselschade bij een ander, dan valt die onder je WA-verzekering. Voor je eigen letsel en dat van je passagier heb je een schadeverzekering voor opzittenden nodig.
Molest
Schade die ontstaat door oorlog, burgeroorlog, opstand, oproer of muiterij. Molest is bij vrijwel alle motorverzekeringen uitgesloten. Je krijgt dit soort schade dus niet vergoed.
Motorrijbewijs A1, A2 en A
In Nederland zijn er drie categorieën motorrijbewijs. Met A1 mag je vanaf 18 jaar rijden op motoren tot 125 cc en 11 kW. Met A2 mag je vanaf 20 jaar rijden tot 35 kW, en met A mag je op elke motor rijden, vanaf 24 jaar of na twee jaar A2. Rijd je op een motor waarvoor je niet het juiste rijbewijs hebt, dan ben je niet verzekerd.
Nieuwwaarderegeling
Een regeling voor nieuwe motoren. Bij total loss of diefstal in de eerste periode na aankoop, vaak het eerste jaar, krijg je de nieuwwaarde vergoed in plaats van de dagwaarde. De voorwaarden en de looptijd verschillen per verzekeraar.
No-claimbeschermer
Een aanvullende dekking die ervoor zorgt dat je na een schade niet of minder hard terugvalt op de bonus-malusladder. Je houdt dan je korting. Meestal geldt de bescherming voor één schade per jaar.
No-claimkorting
De korting op je premie die je opbouwt door schadevrij te rijden. Hoe meer schadevrije jaren je hebt, hoe hoger de korting. Bij een schade valt de korting terug.
Ongevallenverzekering voor opzittenden
Een aanvullende dekking die een vast bedrag uitkeert als jij of je passagier blijvend invalide raakt of overlijdt door een ongeval met de motor. De hoogte van de uitkering staat vooraf vast en hangt niet af van de werkelijke schade. Daarin verschilt deze verzekering van de schadeverzekering voor opzittenden.
Opzegtermijn
De periode die je in acht moet nemen als je je motorverzekering opzegt. Na het eerste jaar kun je de meeste verzekeringen dagelijks opzeggen, met een opzegtermijn van maximaal een maand. Zo kun je makkelijk overstappen naar een goedkopere verzekeraar.
Poliskosten
Eenmalige kosten die sommige verzekeraars rekenen bij het afsluiten van een motorverzekering. Ze komen bovenop de premie. Veel verzekeraars rekenen geen poliskosten, maar het is goed om ze mee te nemen als je premies vergelijkt.
Polisvoorwaarden
De voorwaarden waarin precies staat wat wel en niet verzekerd is. Je vindt er onder meer de dekking, de uitsluitingen, het eigen risico en je verplichtingen bij schade. Lees ze voordat je een verzekering afsluit.
Premie
Het bedrag dat je betaalt voor je motorverzekering, per maand of per jaar. De hoogte hangt af van onder meer je leeftijd, woonplaats, schadevrije jaren, het type motor en de gekozen dekking.
RDW
De Rijksdienst voor het Wegverkeer. De RDW registreert kentekens, keurt voertuigen en regelt kentekenschorsing. Verzekeraars gebruiken RDW-gegevens om te controleren of een motor verzekerd is.
Rechtsbijstand
Een aanvullende dekking die juridische hulp biedt bij een conflict over je motor of een ongeval. Denk aan het verhalen van schade op een tegenpartij of een geschil met een garage. Kosten zoals een advocaat worden dan tot een bepaald bedrag vergoed.
Regres
Het recht van een verzekeraar om uitgekeerde schade terug te halen bij de veroorzaker. Een voorbeeld is dat je verzekeraar de schade eerst aan een ander betaalt en die daarna bij jou terughaalt omdat je onder invloed reed.
Roydata
Het landelijke systeem waarin verzekeraars de schadevrije jaren van verzekerden registreren. Als je overstapt naar een andere verzekeraar, haalt die je schadevrije jaren uit Roydata. Zo kun je ook de schadevrije jaren van je autoverzekering meenemen naar een motorverzekering.
Schadeverzekering voor opzittenden
Een aanvullende verzekering die de schade van jou en je passagier vergoedt bij een ongeval met de motor, ook als je zelf schuld hebt. Het gaat om letselschade, maar ook om materiële schade zoals kleding en bagage. Voor motorrijders is dit een belangrijke dekking, omdat je bij een val kwetsbaar bent.
Schadevrije jaren
Het aantal jaren dat je zonder schadeclaim hebt gereden. Dit getal bepaalt je plek op de bonus-malusladder en daarmee je korting. Je schadevrije jaren worden geregistreerd in Roydata en gaan mee als je overstapt naar een andere verzekeraar.
SCM-keurmerk (beveiligingsklasse)
SCM staat voor Stichting Certificering Motorvoertuigbeveiliging. Deze stichting keurt elektronische beveiliging, zoals startonderbrekers, alarmen en volgsystemen, en deelt die in klassen in. Veel verzekeraars eisen voor een duurdere motor een bepaalde SCM-beveiliging, anders keren ze bij diefstal niet uit.
Stalling
De plek waar je motor staat als je er niet op rijdt. Sommige verzekeraars stellen eisen aan de stalling, bijvoorbeeld een afgesloten ruimte. Een goede stalling kan ook invloed hebben op je premie.
Taxatierapport
Een rapport waarin een erkende taxateur de waarde van je motor vastlegt. Dit is vooral belangrijk bij klassieke en gewijzigde motoren. Bij total loss of diefstal krijg je dan de getaxeerde waarde vergoed.
Track & Trace
Een volgsysteem waarmee je gestolen motor opgespoord kan worden. Sommige verzekeraars geven korting als je motor zo’n systeem heeft, en bij duurdere motoren is het soms verplicht. Het systeem moet dan vaak SCM-gecertificeerd zijn en aangesloten op een meldkamer.
Uitsluitingen
Situaties waarin je verzekering niet uitkeert. Voorbeelden zijn opzet, rijden onder invloed, rijden zonder geldig rijbewijs, slecht onderhoud, normale slijtage, deelnemen aan wedstrijden en molest. De uitsluitingen staan in de polisvoorwaarden.
Vervangend vervoer
Een aanvullende dekking die zorgt voor een vervangend voertuig als je motor na schade of diefstal niet bruikbaar is. Vaak is dat een auto en geen motor. De duur en de voorwaarden verschillen per verzekeraar.
WA+ (beperkt casco)
Naast de WA-dekking ben je met WA+ verzekerd voor schade aan je eigen motor door onder meer diefstal, brand, storm en natuurgeweld. Schade die je zelf door een ongeluk veroorzaakt valt hier niet onder. Daarvoor heb je all risk nodig.
WA-verzekering (WAM)
De verplichte basisverzekering voor elke motor met een kenteken, gebaseerd op de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). De WA-verzekering dekt schade die je met je motor aan anderen toebrengt. Schade aan je eigen motor valt er niet onder.
Waarborgfonds Motorverkeer
Een fonds dat schade vergoedt als de veroorzaker onbekend is, niet verzekerd is of als de motor gestolen was. Zo krijg je als slachtoffer toch een vergoeding. Het fonds wordt betaald door alle motorrijtuigverzekeraars samen.
Winterstop
Een regeling waarbij je minder premie betaalt in de maanden dat je motor stilstaat, vaak van 1 december tot 1 maart. In die periode mag je niet met de motor de openbare weg op. Diefstal en brand blijven bij de meeste verzekeraars gedekt, maar dat verschilt per polis.